Al zolang ik me kan herinneren, loop ik aan tegen een soort mismatch tussen mijn vertrouwde wereld en de wereld ‘buiten’, dat wat we de ‘gewone’ wereld noemen. Het voelt als een lichte botsing, alsof die gewone wereld, waar ik in wezen natuurlijk deel van uitmaak, van een andere planeet is dan ik. En ik vermoed dat er heel wat mensen rondlopen, van alle generaties, die precies datzelfde ervaren.
Niet zo lineair
De wereld waarin ik me wél thuis weet, is niet lineair ingesteld. Er is geen druk om te scoren of iets te bereiken binnen een bepaalde tijd. Wanneer je je voortdurend in het midden van een cirkel bevindt (of liever nog: in een sfeer, een bol) is daar altijd alles aanwezig. Je hoeft je er slechts op af te stemmen en het is binnen handbereik. Je bént telkens het middelpunt van elke volgende creatie. Is dat niet heerlijk? Alles draait om jou. Niet in egocentrische zin, maar in de zin van creatief bijdragen aan het geheel.
Ieder nu-moment start je een creatie-impuls vanuit dat midden, die naar buiten uitrimpelt en impact heeft, zoals de rimpels in een vijver na het gooien van een steen. De ene steen creëert meer rimpels dan de andere, volkomen natuurlijk, zonder oordeel of verwachting. De dingen zijn gewoon zoals ze zijn, telkens weer vanuit dat gouden midden.
Het heilige midden
Dat midden is heilig. In dat midden bevindt zich de kosmische motor, de creatie-impuls van het universum, in miljoenen variaties, zoals wij dat zelf ook zijn. Vanuit die bron dragen we bij, idealiter vanuit ons eigen, stille centrum.
Maar die heilige waarde komt pas echt tot bloei wanneer het midden een oog van de storm mag zijn: verstild, diep verzonken in de bron van al wat is.
Er niet mogen zijn
En juist dat vinden we in de ‘gewone’ wereld vaak te spannend. We maken zelden ruimte voor verstilling, donkerte en leegte. Want die zuigen ons richting onze basisangst: non-existentie. Niet bestaan. Er niet mogen zijn.
En van wie mag dat dan niet, hè? Dat is zo’n wezenlijke vraag. Welke diepte word je ingezogen als uitgerekend jij er niet mag zijn? Is dat God zelf? Maar jij bént God toch ook? Hoe kun jij iets anders zijn dan Al wat is?
Afbeelding via Pixabay
Er is geen ontsnappen aan
Dus leven we liever lineair: met deadlines, doelen en tijdslimieten. Kunnen we meten? Dan bestaan we nog. Dan denken we God te slim af. En God lacht, zoals de Boeddha lacht: schuddebuikend, eindeloos compassievol. Want zij weten: er is geen ontsnappen aan het zwarte gat in ons, de diepe leegte waaruit alles ontstaat. Waar onze heilige bijdrage telkens opnieuw geboren wordt.
Wat als in iedere organisatie, op elke werkvloer, de stilte en de diepte van dat heilige midden weer op nummer één zouden staan? Hoe zouden onze werkweken er dan uitzien? Wat als geen enkele manager of bestuurder nog ‘aan de top’ kan staan, omdat die top er eenvoudigweg niet meer is?
Er is alleen ieders gouden midden. Heilig. Heel. En oneindig levengevend.
Ik teken ervoor.
Liefs, Nynke


