Vroeger, als kind, was ik een stoer meisje. Ik ravotte met de jongens, droeg vaak jongenskleren, was altijd buiten en liet me niet snel de les lezen. Ik had het ook niet gauw koud. Zelfs toen we als tieners twaalf kilometer heen en terug moesten fietsen naar school, wist ik mijn moeder te overtuigen dat mijn oranje-blauwe Adidas-trainingsjack genoeg was, ook in de winter. Heerlijk.
Niet warm te krijgen
Wat is er veel veranderd. Ik kom uit een fase waarin ik het maar niet warm leek te kunnen krijgen. Ik kroop, waar mogelijk, bijna ín de radiator. Kruiken, elektrische dekens, warmtekussens; allemaal onderdeel van “help Nynke de winter door.” Zo erg is het niet meer, maar die periode was er zeker.
Hoe kan dat toch?
Kleine kinderen zijn vaak minder kouwelijk, en dat is niet zomaar. Hun innerlijk vuur brandt nog vrij en ongeremd. Nog niet vastgedraaid in het systeem dat we “samenleving” noemen, stroomt de levenskracht van een kind ongehinderd naar buiten, verwarmend voor zichzelf én de omgeving.

Afbeelding uit de Voyager tarot van James Wanless & Ken Knutson (The Seer)
Een waakvlam
Mijn eigen vlam was in die fase teruggebracht tot een waakvlam. Innerlijk vuur dooft nooit helemaal, maar het kan wel in ruststand gaan: nét genoeg om niet te verdwijnen, niet genoeg om te stralen.
Veel volwassenen trekken zich gaandeweg terug. We raken vervreemd van dat innerlijke vuur, vaak uit een onbewust wantrouwen in het leven zelf. Immers: overleven, geld verdienen, voldoen aan hoe het hoort… het wordt de norm. En geld lijkt dan, hoe illusoir ook, beter bruikbaar dan de rijkdom van onze ziel: onze inspiratie, genialiteit, onze geestelijke overvloed.
Maar zodra we dat innerlijke vuur temperen, zet verkilling in. We worden kouder (van binnen of in ons handelen), harder soms, scherper. Het lijkt krachtig, maar het is overlevingskracht, en daarmee tijdelijk en uitputtend.
Keer terug naar de moederhaard
De moraal, zoals van bijna elk verhaal: keer terug naar huis. Naar de moederhaard in jou, het vuur dat je ooit aanzette tot leven, jouw eigen vonk van de zon. Zodra je die wil tot léven weer aanraakt, laait het vuur in je op. Dan mag het buiten guur zijn, vijandig zelfs, maar jouw zonnecentrum blijft je voeden. En zoals dat krachtige kind van ooit, laat je je niet meer van je pad brengen.
Liefs, Nynke (soultouching.nu/contact – als je wel wat steun kunt gebruiken om jouw innerlijk vuur weer op stoom te brengen)

Laat een reactie achter